Om over door te praten
1) David is herder. Wat is het werk van een herder?
2) In die tijd werd een koning ook als een herder gezien. Wat heeft David als herder geleerd om een goede koning te kunnen zijn?
3) David is de jongste en de kleinste. Waarom zou de Heere de kleinste en de jongste uitkiezen?
4) David heeft een muziekinstrument vast. Hij maakte liederen. Welke liederen van David ken jij?
5) Als jij zelf een lied voor de Heere zou maken, hoe zou dat lied gaan?