Liturgie zondag 30 augustus 2026 morgendienst
Bediening Heilige Doop aan:
Marinus Jacobus van Hattem
Emma Theodora Klompjan
Emily Kwakkel
Welkom en mededelingen
Wij zingen: Psalm 146: 1, 3
Prijs den Heer’ met blijde galmen;
Gij, mijn ziel, hebt rijke stof;
‘k Zal, zo lang ik leef, mijn psalmen
Vrolijk wijden aan Zijn lof:
‘k Zal, zo lang ik ’t licht geniet,
Hem verhogen in mijn lied.
Zalig hij, die in dit leven,
Jakobs God ter hulpe heeft;
Hij, die door den nood gedreven,
Zich tot Hem om troost begeeft;
Die zijn hoop, in ’t hachlijkst lot,
Vestigt op den Heer’, zijn God.
Stil gebed. Votum en groet
Wij zingen: Psalm 8: 1, 4
Heer’, onze Heer, grootmachtig Opperwezen;
Hoe wordt Uw Naam op aard’ alom geprezen!
Gij, die den glans van Uwe majesteit,
Hebt boven lucht en heemlen uitgebreid.
Mijn God, wat is de mens dan op deez’ aarde!
De broze mens, hoe klimt hij tot die waarde,
Dat Gij aan hem in zoveel gunst gedenkt;
En ’s mensen zoon Uw teerste liefde schenkt!
Verootmoediging
Wij zingen: Psalm 25: 2, 6
Heer’, ai, maak mij Uwe wegen,
Door Uw woord en Geest bekend;
Leer mij, hoe die zijn gelegen,
En waarheen G’ Uw treden wendt,
Leid mij in Uw waarheid, leer
IJvrig mij Uw wet betrachten.
Want Gij zijt mijn heil, o Heer’,
‘k Blijf U al den dag verwachten.
Wie heeft lust den Heer’ te vrezen,
’t Allerhoogst en eeuwig goed?
God zal Zelf zijn leidsman wezen,
Leren, hoe hij wandlen moet.
’t Goed, dat nimmermeer vergaat,
Zal hij ongestoord verwerven,
En zijn Godgeheiligd zaad
Zal ’t gezegend aardrijk erven.
Gebed
Formulier
Dopen betekent eigenlijk: dompelen, onderdompelen. Zo werden in de tijd van de bijbel in het oosterse land de mensen ook gedoopt: buiten in de rivier. In onze gemeente besprenkelen wij het voorhoofd met water. De betekenis is echter hetzelfde als wanneer de dopeling vanmorgen ondergedompeld zou worden. De doop wijst erop dat wij mensen vanuit onszelf, ook al is ons lichaam schoon gewassen, geen rein hart hebben. Volgens het Woord van God zijn wij allen zondige mensen. Wij kunnen niet bij de Heere in Zijn koninkrijk komen als onze zonde niet van ons wordt afgewassen.
De doop als besprenkeling laat zien dat de zonde in ons hart woont. Wij worden opgeroepen om onze zonde voor God te belijden en Hem te vragen of Hij onze zonde van ons wil afwassen. Vanuit onszelf kunnen wij ons niet rein maken. Ook het water van de doop wast de zonde niet af. Dat kan alleen de Heere Jezus doen – op basis van het offer dat Hij heeft gebracht aan het kruis op Golgotha. En in de doop zegt Hij ons, dat Hij dat vast en zeker wil doen. De doop spreekt niet alleen van vergeving door het offer van Christus aan het kruis, maar is tegelijkertijd ook een sterke bevestiging van deze belofte. Daarom worden wij gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Gedoopt worden in de naam van de Vader betekent: God de Vader maakt een vaste afspraak met ons. Die afspraak blijft altijd, voor eeuwig van kracht. De bijbel noemt die afspraak een verbond. Die afspraak die God met ons en onze kinderen maakt is een verbond van genade: dat dit verbond gesloten wordt is niet onze verdienste. Deze afspraak laat Gods goedheid en barmhartigheid met ons zien. In de doop zegt God de Vader: ‘Marinus Jacobus van Hattem, Emma Theodora Klompjan en Emily Kwakkel, Ik ben je Vader. Ik neem jou aan als Mijn kind. Ik zal voor je zorgen. Ik geef aan jou goede gaven. Ik zal je beschermen voor al het kwade. En als dat kwade toch komt, zal ik dat voor jou doen meewerken ten goede.’
Wij worden ook gedoopt in de naam van de Zoon. Dat betekent: de Heere Jezus, de Zoon van God, zegt: ‘Marinus Jacobus van Hattem, Emma Theodora Klompjan en Emily Kwakkel, Ik ben voor jouw zonden aan het kruis gestorven. Omdat Ik jou laat delen in Mijn dood en opstanding, word jij bevrijd van jouw zonden en mag je weer delen in Gods gemeenschap.’ Wij worden ook gedoopt in de naam van de Heilige Geest. Dat houdt in: de Heilige Geest, de Geest van God, schenkt ons wat Christus voor ons volbracht heeft aan het kruis. Hij belooft ons dat Hij in ons hart komt wonen, zodat wij de Heere Jezus gaan liefhebben en ons leven elke dag vernieuwd wordt. Dat doet de Heilige Geest tot op de dag, waarop de Heere Jezus weer terugkomt en wij met allen, die bij de Heere Jezus behoren, voor altijd bij Hem zullen zijn in Zijn koninkrijk.
Door de hechte band die God ons schenkt, vraagt de Heere tegelijkertijd van ons, dat wij Hem vertrouwen en liefhebben met heel ons hart en met al onze kracht. Hij verlangt van ons, dat wij de zonde uit de weg gaan, tegen de zonde strijden en dat wij leven zoals Hij dat van ons vraagt. Vanuit onszelf kunnen wij niet op deze manier leven. Als wij door onze zwakheid toch weer in zonde vallen, moeten wij niet bij onszelf bedenken: “Nu zal de Heere niet meer naar ons willen omzien.” Wij moeten de zonde ook niet blijven doen. Wij mogen de Heere om vergeving vragen. Want de doop betekent dat Hij ons liefheeft en ons alle kwaad wil vergeven. De doop zegt ons dat deze afspraak van God voor altijd geldt.
Nu begrijpt een klein kind dat wordt gedoopt daar nog niets van. Er zijn daarom mensen die zeggen: ‘Wacht maar met dopen tot een kind groot genoeg is om te begrijpen wat de doop betekent.’ Maar bij het volk Israël werd het bewijs van Gods liefde en trouw al gegeven aan een kind van acht dagen oud. Daarom dopen wij ook kleine kinderen. Want ze zijn al vanaf de geboorte onrein, maar ontvangen ook Gods belofte van vergeving van de zonde. Ook al hebben ze van dat alles nog geen weet. In de Bijbel staat: De Heere sprak tot Abraham: ‘Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en u – én uw kinderen, een eeuwig verbond. Ik zal uw God zijn en de God van uw kinderen.’ De Bijbel vertelt ons ook dat er kinderen bij de Heere Jezus werden gebracht. Hij heeft hen niet weggestuurd, maar hen omhelst, de handen opgelegd en gezegend. Ook de kinderen behoren tot het verbond dat God met Abraham heeft opgericht. Daarom is ook Gods belofte van vergeving van zonde en van het eeuwige leven voor hen. Omdat die belofte ook voor onze kinderen geldt, mogen zij ook het bewijs van die belofte ontvangen: de heilige doop. En u, als vader en moeder, heeft de vreugde en de roeping uw kind, als hij opgroeit, de betekenis van de doop en van Gods verbond te vertellen en uit te leggen.
Gebed
Almachtige en eeuwige God, U hebt naar Uw streng oordeel de ongelovige wereld, die geen berouw toonde, met de zondvloed gestraft. Maar U hebt de gelovige Noach met zijn achten in Uw grote barmhartigheid behouden en bewaard. U hebt de verharde farao met heel zijn volk in de Rode Zee verdronken, maar Uw volk Israël daar droogvoets doorheen geleid (waardoor de doop wordt aangeduid.)
Wij bidden U, pleitend op uw grondeloze barmhartigheid, dat U deze kinderen Marinus Jacobus van Hattem, Emma Theodora Klompjan en Emily Kwakkel in genade wilt aanzien en door Uw Heilige Geest in Uw Zoon, Jezus Christus, wilt inlijven, opdat zij met Hem in Zijn dood begraven worden en met Hem mogen opstaan in een nieuw leven. Opdat zij hun kruis in de dagelijkse navolging van Christus met vreugde mogen dragen. Opdat zij Hem toegewijd zijn met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde. Opdat zij dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven, door Uw genade getroost mogen verlaten en onbevreesd voor de rechterstoel van Uw Zoon, Jezus Christus, mogen verschijnen. Dat bidden wij door Hem, onze Heere Jezus Christus, Uw Zoon, die met U en de Heilige Geest, de enige God die er is, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen
Wij zingen: Ik zal er zijn
Ondertussen worden de dopelingen binnengebracht.
Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige Naam.
Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.
Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim.
Uw naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’.
Een boog in de wolken als teken van trouw,
staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij ziet.
De toekomst is zeker, ja eindeloos goed.
Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet:
dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam.
U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan.
Refrein: ‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.
O Naam aller namen, aan U alle eer.
Niets kan mij ooit scheiden van Jezus mijn Heer:
Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn.
Ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn.
Refrein: ‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.
Doopvragen
Geliefden in de Heere Christus, u hebt gehoord dat de doop een instelling van God is om aan ons en aan ons nageslacht Zijn verbond te verzegelen. Daarom moeten wij de doop met dat doel en niet uit gewoonte of bijgeloof gebruiken. Opdat het dan openlijk bekend zij dat u zo gezind bent, zult u van uw kant op de volgende vragen oprecht antwoorden:
1. Belijd u dat onze kinderen, hoewel ze in zonde ontvangen en geboren zijn en daarom aan allerlei ellende en zelfs aan de veroordeling onderworpen zijn, toch in Christus geheiligd zijn en dat zij als leden van Zijn gemeente behoren gedoopt te zijn?
2. Belijd u dat de leer die in het Oude en Nieuwe Testament en in de artikelen van het christelijk geloof vervat is en in de christelijke kerk alhier wordt geleerd de ware en volkomen leer van de zaligheid is?
3. Belooft u en neemt u voor uw rekening dit kind, van wie u de vader en moeder bent, bij het opgroeien in deze leer naar uw vermogen te onderwijzen en te laten onderwijzen?
Bediening van de doop
- Marinus Jacobus van Hattem
- Emma Theodora Klompjan
- Emily Kwakkel
Toezingen: Psalm 134 : 3
Dat ’s Heeren zegen op u daal’;
Zijn gunst uit Sion u bestraal’.
Hij schiep ’t heelal, Zijn Naam ter eer:
Looft, looft dan aller heren Heer’!
We zingen met de kinderen de dopelingen toe:
(Melodie: Dit is de dag die de Heer ons geeft)
Je bent gedoopt (2x), in de naam van God (2x)
en van de Zoon (2x), en de Geest van God. (2x)
Je bent gedoopt, ook jij hoort erbij
bij Gods volk, wat zijn we blij.
Je bent gedoopt, je bent gedoopt
Je bent een kind van God.
Gebed
Almachtige en barmhartige God en Vader, wij danken en loven U, dat U aan ons en onze kinderen door het bloed van Uw geliefde Zoon Jezus Christus al onze zonden vergeven hebt. en dat U ons door Uw Heilige Geest tot leden van Uw eniggeboren Zoon en daarmee tot Uw kinderen hebt aangenomen. Wij danken u dat u dat door de doop verzegelt en bekrachtigt. Wij bidden U ook door Hem, Uw geliefde Zoon, dat U deze gedoopte kinderen Marinus Jacobus van Hattem, Emma Theodora Klompjan en Emily Kwakkel door Uw Heilige Geest altijd wilt regeren, opdat zij christelijk en godvrezend opgevoed worden en meer en meer groeien in de Heere Jezus Christus. Geef dat ze zo Uw vaderlijke goedheid en barmhartigheid die U aan hen en ons allen hebt bewezen zullen belijden en in alle gerechtigheid onder onze enige Leraar, Koning en Hogepriester Jezus Christus leven en moedig tegen de zonde, de duivel en heel zijn rijk strijden en mogen overwinnen. Dan zullen zij U en Uw Zoon Jezus Christus en de Heilige Geest, de enige en waarachtige God, eeuwig loven en prijzen. Amen
Wij zingen: Op Toonhoogte 431
Ondertussen gaan de dopelingen terug naar de consistorie.
Refrein: Jezus is de goede Herder.
Jezus, Hij is overal.
Jezus is de goede Herder,
brengt mij veilig naar de stal.
Als je ’s avonds niet kunt slapen,
en je bang in donker bent,
denk dan eens aan al die schaapjes
die de Heer bij name kent.
Refrein: Jezus is de goede Herder.
Jezus, Hij is overal.
Jezus is de goede Herder,
brengt mij veilig naar de stal.
En wanneer je soms alleen bent
en je hart is vol verdriet,
denk dan aan de goede Herder,
Hij vergeet zijn schaapjes niet.
Refrein: Jezus is de goede Herder.
Jezus, Hij is overal.
Jezus is de goede Herder,
brengt mij veilig naar de stal.
De kinderen van groep 1-8 gaan naar de kindernevendienst
Wij lezen uit de Bijbel: Psalm 104: 1-24
- Loof de HEERE, mijn ziel.
HEERE, mijn God, U bent zeer groot,
U bent met majesteit en glorie bekleed.
- Hij hult Zich in het licht als in een mantel,
Hij spant de hemel uit als een tentkleed.
- Hij maakt de zoldering van Zijn hemelzalen op de wateren,
maakt van de wolken Zijn wagen,
wandelt op de vleugels van de wind.
- Hij maakt Zijn engelen tot hulpvaardige geesten,
Zijn dienaren tot vlammend vuur.
- Hij heeft de aarde gegrondvest op zijn fundamenten,
die zal voor eeuwig en altijd niet wankelen.
- U had hem met de watervloed als met een gewaad bedekt,
het water stond tot boven de bergen.
- Door Uw bestraffing vluchtten ze,
ze haastten zich weg voor het geluid van Uw donder.
- De bergen rezen op, de dalen daalden neer
op de plaats die U ervoor bestemd had.
- U hebt een grens gesteld, die ze niet zullen overgaan,
ze zullen de aarde nooit meer bedekken.
- Hij wijst de bronnen hun loop naar de dalen,
zodat ze tussen de bergen door stromen.
- Ze geven alle dieren van het veld te drinken,
de wilde ezels lessen er hun dorst.
- Daarbij wonen de vogels in de lucht,
hun stem klinkt tussen de takken.
- Hij bevochtigt de bergen vanuit Zijn hemelzalen,
de aarde wordt verzadigd door de vrucht van Uw werken.
- Hij doet het gras groeien voor de dieren,
het gewas ten dienste van de mens.
Hij brengt voedsel uit de aarde voort:
- wijn, die het hart van de sterveling verblijdt,
olie, die zijn gezicht doet glanzen,
en brood, dat het hart van de sterveling versterkt.
- De bomen van de HEERE worden verzadigd,
de ceders van de Libanon, die Hij geplant heeft.
- Daar nestelen de vogeltjes,
de cipressen zijn het huis voor de ooievaar.
- De hoge bergen zijn voor de steenbokken,
de rotsen zijn een toevluchtsoord voor de klipdassen.
- Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste tijden,
de zon weet wanneer hij ondergaat.
- U brengt de duisternis teweeg en het wordt nacht;
daarin gaan alle dieren in het woud naar buiten.
- De jonge leeuwen brullen om een prooi
en verlangen van God hun voedsel.
- Wanneer de zon opgaat, trekken ze zich terug
en leggen zich neer in hun holen.
- De mens gaat dan op weg naar zijn werk,
naar zijn dienstwerk, tot de avond toe.
- Hoe groot zijn Uw werken, HEERE,
U hebt alles met wijsheid gemaakt,
de aarde is vol van Uw rijkdommen.
Collecten
Wij zingen: Op Toonhoogte 282
O, Heer mijn God,wanneer ik in verwondering
de wereld zie die U hebt voortgebracht:
het sterrenlicht, het rollen van de donder,
heel dit heelal, dat vol is van uw kracht.
Refrein: Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij!
Als ik bedenk, hoe Jezus zonder klagen
tot in de dood gegaan is als een Lam,
sta ik verbaasd, dat Hij mijn schuld wou dragen
en aan het kruis mijn zonde op zich nam.
Refrein: Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij!
Als Christus komt met majesteit en luister,
brengt Hij mij thuis, hoe heerlijk zal dat zijn.
Dan zal ik vol aanbidding voor Hem buigen
en zingt mijn ziel: o Heer, hoe groot zijt Gij!
Refrein: Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij!
Preek
Wij zingen: Op Toonhoogte 336: 1, 3, 4
Wat de toekomst brengen moge,
mij geleidt des Heren hand;
moedig sla ik dus de ogen
naar het onbekende land.
Leer mij volgen zonder vragen;
Vader, wat Gij doet is goed!
Leer mij slechts het heden dragen
met een rustig kalme moed!
Laat mij niet mijn lot beslissen:
zo ik mocht, ik durfde niet.
Ach, hoe zou ik mij vergissen,
als Gij mij de keuze liet!
Wil mij als een kind behand’len,
dat alleen de weg niet vindt:
neem mijn hand in uwe handen
en geleid mij als een kind.
Waar de weg mij brengen moge,
aan des Vaders trouwe hand
loop ik met gesloten ogen
naar het onbekende land.
De kinderen komen terug uit de kindernevendienst
Terugblik
- VakantieBijbelDag (Wereldwonder)
- Tienernacht (Wie ben jij?)
Wij zingen: Op Toonhoogte 413
Hij heeft de hele wereld in zijn hand (3x).
Hij heeft de hele wereld in zijn hand.
Hij heeft de wind en de regen in zijn hand. (3x)
Hij heeft de hele wereld in zijn hand.
Hij heeft de kleine baby in zijn hand. (3x)
Hij heeft de hele wereld in zijn hand.
Hij heeft jouw en mijn leven in zijn hand. (3x)
Hij heeft de hele wereld in zijn hand.
Hij heeft de hele wereld in zijn hand. (3x)
Hij heeft de hele wereld in zijn hand.
Gebed
Wij zingen (staande): Op Toonhoogte 259
Glorie aan God (4x)
Lof zij de Heer, hem komt toe alle eer,
Hij is het Lam dat regeert tot in eeuwigheid.
Zijn woord is macht, heeft ons vrijheid gebracht,
wij aanbidden, wij knielen voor Jezus .
Groot is zijn trouw, eeuwig zijn kroon,
overwinnaar zal hij zijn, over zonde, dood en pijn.
Heel het rijk der duisternis, weet wie Jezus Christus is.
Hij is de hoogste Heer.
Glorie aan God. (4x)
Kondigt het aan door de kracht van zijn naam,
heel de aard’ wordt vervuld van zijn glorie.
Satan, hij beeft, want hij weet: Jezus leeft,
Hij is verslagen, het Lam troont voor eeuwig.
Jezus is Heer, redder en Heer.
Overwinnaar zal hij zijn, over zonde, dood en pijn,
heel het rijk der duisternis, weet wie Jezus Christus is.
Hij is de hoogste Heer.
Glorie aan God. (4x)
Heersen met hem op de troon en zijn stem,
spreekt van liefde, vervuld ons met glorie.
Heilig en vrij, alle tranen voorbij,
eeuwig vreugde van God, lof, aanbidding.
Waardig het Lam, waardig het Lam.
Overwinnaar zal hij zijn, over zonde, dood en pijn,
heel het rijk der duisternis, weet wie Jezus Christus is.
Hij is de hoogste Heer.
Glorie aan God. (4x)
Zegen
