Liturgie hemelvaartsdag 2026
09.30 uur Dorpskerk
Welkom
- Psalm 47: 1, 3
Juicht, o volken, juicht;
Handklapt, en betuigt
Onzen God uw vreugd;
Weest te zaâm verheugd;
Zingt des Hoogsten eer;
Buigt u voor Hem neer.
Alles ducht Zijn kracht;
Alles vreest Zijn macht;
Zijne Majesteit
Maakt haar heerlijkheid,
Over ’t rond der aard’,
Wijd en zijd vermaard.
God vaart, voor het oog,
Met gejuich omhoog;
’t Schel bazuingeluid
Galmt Gods glorie uit.
Heft den lofzang aan,
Zingt Zijn wonderdaân,
Zingt de schoonste stof,
Zingt des Konings lof
Met een zuiv’ren galm,
Met een blijden psalm;
Hij, de Vorst der aard’,
Is die hulde waard.
Stil gebed.Votum en groet
- Psalm 21: 1, 5, 13
O Heer’, de Koning is verheugd
Om Uw geducht vermogen;
Uw heil zweeft hem voor d’ ogen,
En met wat blijde zielevreugd
Zal hij, door al Uw daan.
Verrukt, ten reie gaan!
Hoe groot en schittrend is zijn eer,
Door ’t heil, aan hem bewezen!
Hoe is zijn roem gerezen!
O alvermogend, Opperheer,
Wat glans, wat majesteit.
Hebt Gij dien Vorst bereid!
Verhoog, o Heer’, Uw naam en kracht;
Zo zal ons vrolijk zingen
Door lucht en wolken dringen.
Zo wordt Uw heerschappij en macht
Door ons, nog eeuwen lang,
Geloofd met psalmgezang.
Geloofsbelijdenis
- Psalm 150: 1, 2
Looft God, looft Zijn naam alom;
Looft Hem in Zijn heiligdom;
Looft des HEEREN grote macht,
In den hemel Zijner kracht;
Looft Hem, om Zijn mogendheden,
Looft Hem, naar zo menig blijk
Van Zijn heerlijk koninkrijk,
Voor Zijn troon en hier beneden.
Looft God, met bazuingeklank;
Geeft Hem eer, bewijst Hem dank;
Looft Hem, met de harp en luit;
Looft Hem, met de trom en fluit;
Looft Hem, op uw blijde snaren;
Laat zich ’t orgel overal
Bij het juichend vreugdgeschal,
Tot des HEEREN glorie, paren.
Gebed
Kindermoment
- Op toonhoogte 357
Ik moet weggaan
Ik moet weggaan
Ik kan echt niet blijven
Maar ik zal een mooie brief
In jullie harten schrijven
Als je dan mijn woorden leest
Weet je dat ik ben geweest
Als je dan mijn woorden leest
Weet je dat ik ben geweest
Ik ben bij je
Ik ben bij je
Ik ben teruggekomen
En ik heb mijn mooiste vuur
Voor jullie meegenomen
Door het wonder van de Geest
vieren wij het Pinksterfeest
Door het wonder van de Geest
Vieren wij het Pinksterfeest
Ik ben bij je
Ik ben bij je
Ik ben bij de mensen
Zodat ze elkaar verstaan
Over alle grenzen
Kinderen gaan naar de kindernevendienst
Schriftlezing: Handelingen 1:4-14
4En toen Hij met hen samen was, beval Hij hun dat zij niet uit Jeruzalem weg zouden gaan, maar de belofte van de Vader zouden verwachten, die u, zei Hij, van Mij gehoord hebt;
5want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.
6Zij dan die samengekomen waren, vroegen Hem: Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?
7En Hij zei tegen hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft,
8maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.
9En nadat Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
10En toen zij, terwijl Hij van hen wegging, hun ogen naar de hemel gericht hielden, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding,
11die ook zeiden: Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.
12Toen keerden zij terug naar Jeruzalem, van de berg die de Olijfberg genoemd wordt, die vlak bij Jeruzalem is en daar een sabbatsreis vandaan ligt.
13En toen zij in Jeruzalem gekomen waren, gingen zij naar de bovenzaal en bleven daar, namelijk Petrus en Jakobus en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeüs en Mattheüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon Zelotes, en Judas, de broer van Jakobus.
14Dezen bleven allen eensgezind volharden in het bidden en smeken, met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broers.
- Gezang 73: 1, 2, 3
Wij knielen voor uw zetel neer,
wij, Heer, en al uw leden,
en eren U als onze Heer
met lied’ren en gebeden.
Dat alle macht, hoe hoog, hoe groot,
voor U, o Godsgetuige,
o eerstgeboren’ uit de dood,
zich diep eerbiedig buige!
Die ons, gereinigd door uw bloed,
tot priesters hebt verheven,
en ons de hoge rang, de moed
van koningen gegeven,
U zij de roem, U zij de lof,
U d’ eerkroon opgedragen!
Geheel deez’ aard’ en ’t hemelhof
moet van uw eer gewagen.
U, die als Heer der heerlijkheid
verreest tot heil der volken,
verwachten wij in majesteit
eens weder op de wolken.
Hij komt, elks oog zal hem zien,
ook die Hem heeft doorsteken!
Elk zal Hem juichend hulde bien,
of om ontferming smeken.
Schriftlezing: Efeze 1:15-23
15Daarom, omdat ook ik gehoord heb van het geloof in de Heere Jezus onder u, en van de liefde voor alle heiligen,
16houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn gebeden aan u denk,
17opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem,
18namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen,
19en wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht,
20die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten,
21ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende.
22En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente,
23die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult.
Collecte
- Psalm 68: 7, 9
Gelijk een duif, door ’t zilverwit
En ’t goud, dat op haar veedren zit,
Bij ’t licht der zonnestralen;
Ver boven andre vooglen pronkt,
Zult gij, door ’t Goddlijk oog belonkt,
Weer met uw schoonheid pralen.
Wanneer Gods onweerstaanbre hand
De vorsten uit het ganse land
Verstrooid had en verdreven,
Ontving zijn erfdeel eedler schoon,
Dan sneeuw, hoe wit zij zich vertoon’,
Aan Salmon ooit kon geven.
Gods wagens, boven ’t luchtig zwerk,
Zijn tien- en tienmaal duizend sterk;
Verdubbeld in getalen;
Bij hen is Zijne Majesteit,
Een Sina‹ in heiligheid,
Omringd van bliksemstralen;
Gij voert ten hemel op, vol eer;
De kerker werd Uw buit, o Heer’.
Gij zaagt Uw strijd bekronen
Met gaven, tot der mensen troost,
Opdat zelfs ’t wederhorig kroost
Altijd bij U zou wonen.
Preek
- Op Toonhoogte 332
Kroon Hem met gouden kroon,
het Lam op zijne troon!
Hoor, hoe het Hemels loflied al
verwint in heerlijk schoon.
Ontwaak! Mijn ziel en zing
van Hem, die voor U stierf,
en prijs Hem in all’eeuwigheên,
Die ’t heil voor u verwierf
Kroon Hem, der liefde Heer!
Aanschouw Hem, hoe Hij leed.
Zijn wonden tonen ’t gans heelal
wat Hij voor ’t mensdom deed.
De Eng’len om Gods troon;
All’ overheid en macht,
zij buigen dienend zich ter neer
voor zulke wond’re pracht.
Kroon Hem, de Vredevorst
wiens macht eens heersen zal
van pool tot pool, van zee tot zee,
‘t klink’ over berg en dal.
Als alles voor Hem buigt
en vrede heerst alom
wordt d’aarde weer een paradijs
kom Heere Jezus kom!
Kinderen komen terug uit de kindernevendienst
Gebed
- Op Toonhoogte 331
Jezus leeft in eeuwigheid
zijn sjaloom wordt werk’lijkheid.
Alle dingen maakt Hij nieuw.
Hij is de Heer van mijn leven.
Straks als er een nieuwe dag begint
en het licht het van het duister wint,
mag ik bij Hem binnengaan,
voor zijn troon gaan staan.
Hef ik daar mijn loflied aan:
Jezus leeft in eeuwigheid
zijn sjaloom wordt werk’lijkheid.
Alle dingen maakt Hij nieuw.
Hij is de Heer van mijn leven.
Straks wanneer de grote dag begint
en het licht voor altijd overwint,
zal de hemel opengaan,
komt de Heer er aan.
heffen wij dit loflied aan:
Jezus komt in eeuwigheid
zijn sjaloom wordt werk’lijkheid.
Alle dingen maakt Hij nieuw.
Hij is de Heer van ons leven.
Zegen
