Liturgie zondag 19 juli 2026 morgendienst

 

Welkom

  • Psalm 116: 10, 11

Stil gebed.Votum en groet

  • Psalm 91: 1, 5

Verootmoediging

  • Psalm 108:1 , 2

Gebed

Kindermoment

  • Op Toonhoogte 383

Kinderen gaan naar de kindernevendienst
Schriftlezing: Markus 4:26-34

Collecte

  • Gezang 229: 1, 2

Preek

  • Op Toonhoogte 118

Kinderen komen terug uit de kindernevendienst

Gebed

  • Op Toonhoogte 151

Zegen

 

 

Uitwerking

 

Welkom

  • Psalm 116: 10, 11

 

10 Ik zal Uw Naam met dankerkentenis,
Verheffen, U al mijn geloften brengen;
‘k Zal liefd’ en lof voor U ten offer mengen,
In ’t heiligdom, waar ’t volk vergaderd is.

 

11 Ik zal met vreugd in ’t huis des Heeren gaan,
Om daar met lof Uw groten Naam te danken.
Jeruzalem, gij hoort die blijde klanken.
Elk heff’ met mij den lof des Heeren aan!

 

Stil gebed.Votum en groet

  • Psalm 91: 1, 5

 

1 Hij, die op Gods bescherming wacht,
Wordt door den hoogsten Koning,
Beveiligd in den duistren nacht,
Beschaduwd in Gods woning.
Dies noem ik God, zo goed als groot
Voor hen, die op Hem bouwen,
Mijn burg, mijn toevlucht in den nood,
Den God van mijn betrouwen.

 

5 Ik steun op God, mijn toeverlaat,
Dies heb ik niets te vrezen:
Wie God vertrouwt, die deert geen kwaad;
Uw tent zal veilig wezen.
Hij zal Zijn engelen gebien,
Dat z’ u op weg bevrijden;
Gij zult hen, in gevaren, zien
Voor uw behoudnis strijden.

 

Verootmoediging

 

  • Psalm 108: 1, 2

 

1 Mijn hart, o Hemelmajesteit,
Is tot Uw dienst en lof bereid;
‘k Zal zingen voor den Opperheer,
‘k Zal psalmen zingen tot Zijn eer.
Gij, zachte harp, gij schelle luit,
Waakt op, dat niets uw klanken stuit’.
‘k Zal in den dageraad ontwaken
En met gezang mijn God genaken.

2 Ik zal, o Heer’, Uw wonderdaan,
Uw roem den volken doen verstaan;
Want Uwe goedertierenheid
Is tot de heemlen uitgebreid.
Uw waarheid heeft noch paal noch perk,
Maar streeft tot aan het hoogste zwerk.
Verhef U boven ’s hemels kringen,
En leer al d’ aard’ Uw grootheid zingen.

 

Gebed

 

Kindermoment

 

  • Op Toonhoogte 383

 

Weet je waar het hemels koninkrijk op lijkt

Het lijkt op een schat in de grond

Eenmaal had een man die schat ontdekt

Hij was zo blij dat hij hem vond

En weet je wat-ie deed toen hij ging naar huis

Verkocht hij alles wat hij had

Ja alles wat hij had heeft hij zomaar weggedaan

En hij kocht die schat

Lala lailala

 

Weet je waar het hemels koninkrijk op lijkt

Het lijkt op een parel zo duur

Eenmaal had een koopman hem ontdekt

En toen begon z’n avontuur

Want weet je wat-ie deed toen hij ging naar huis

Heeft hij al wat hij had verkocht

Ja alles gaf hij weg voor die parel zo duur

Die hij had gezocht

Lala lailala

 

Weet je waar het hemels koninkrijk op lijkt

Het lijkt op een mosterdzaad

’t Is een zaadje dat je bijna niet kunt zien

Het allerkleinste wat bestaat

Maar weet je wat gebeurt als je ’t zaait in de grond

Wordt het haast wel zo groot als een eik

Met takken als van bomen waar vogeltjes in wonen

Zo is het koninkrijk

Lala lailala

 

Kinderen gaan naar de kindernevendienst

Schriftlezing: Markus 4:26-34
26Ook zei Hij: Zo is het Koninkrijk van God: als wanneer iemand het zaad in de aarde werpt

27en slaapt en opstaat, nacht en dag; en het zaad ontkiemt en komt op, zonder dat hij zelf weet hoe.

28Want de aarde brengt vanzelf vrucht voort: eerst de halm, daarna de aar, daarna het volle koren in de aar.

29En als de vrucht het toelaat, zendt hij meteen de sikkel erin, omdat de oogsttijd aangebroken is.

30En Hij zei: Waarmee zullen wij het Koninkrijk van God vergelijken, of door welke gelijkenis zullen wij het voorstellen?

31Door een mosterdzaad dat, als het in de aarde gezaaid wordt, het kleinste is van alle zaden die er op de aarde zijn.

32En wanneer het gezaaid is, komt het op en wordt het grootste van alle tuingewassen, en maakt grote takken, zodat de vogels in de lucht een nest kunnen maken in zijn schaduw.

33En door veel van zulke gelijkenissen sprak Hij het Woord tot hen, voor zover zij het horen konden,

34en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet, maar Hij verklaarde alles aan Zijn discipelen als zij alleen waren.

 

Collecte

  • Gezang 229: 1, 2

 

1 Laat m’ in U blijven, groeien, bloeien,
o Heiland, die de wijnstok zijt!
Uw kracht moet in mij overvloeien,
of ‘k ben een wis verderf gewijd.
Doorstroom, beziel en zegen mij,
opdat ik waarlijk vruchtbaar zij.

 

2 Ik kan mijzelf geen wasdom geven:
niets kan ik zonder U, o Heer.
In uw gemeenschap kiemt er leven
en levensvolheid meer en meer.
Uw Geest zij in mij uitgestort;
de rank, die U ontvalt, verdort.

 

Preek: Markus 4:30-32

  • Op Toonhoogte 118

 

Leid mij, Heer, o machtig Heiland
door dit leven aan uw hand.
Ik ben zwak, maar Gij zijt machtig,
wees mijn Gids in ’t barre land.
Gij mijn Sterkte, Gij mijn Leider,
vul mij met uw Geest steeds meer,
vul mij met uw Geest steeds meer.

Laat mij zijn een Godsgetuige,
sprekend van U meer en meer.
leid mij steeds door uwe liefde,
groeiend naar uw beeld, o Heer.
Brood des levens, Brood des hemels,
voed mij dat ik groei naar U,
voed mij dat ik groei naar U.

Laat door mij uw levend water
vloeien als een klare stroom.
O, Heer Jezus, ’t wordt steeds later
dat uw Geest over allen koom’.
Machtig Heiland, mijn Verlosser,
kom, Heer Jezus, in uw kracht,
kom, Heer Jezus, in uw kracht.

 

Kinderen komen terug uit de kindernevendienst

 

Gebed

 

  • Op Toonhoogte 151


Ik bouw op U, mijn Schild en mijn Verlosser.
Niet eenzaam ga ik op de vijand aan.
Sterk in uw kracht, gerust in uw bescherming.
Ik bouw op U en ga in Uwe naam.

Gelovend ga ik eigen zwakheid voelend.
en telkens weer moet ik uw kracht verstaan.
Toch rijst in mij een lied van overwinning.
Ik bouw op U en ga in Uwe naam.

Ik bouw op U, mijn Schild en mijn Verlosser.
Gij voert de strijd, de huld’ is U gewijd.
In ’t laatste uur zal ‘’k zegevierend ingaan,
in rust met U die mij hebt voortgeleid.

 

Zegen