Liturgie zondag 6 september 2026 morgendienst
09.30 uur Maranathakerk
Tijdens deze dienst is er kindernevendienst
Welkom
- Psalm 108: 1, 2
Stil gebed.Votum en groet
- Psalm 42: 1, 5
Verootmoediging
- Psalm 69: 6, 7
Gebed
Kindermoment
- Op Toonhoogte 429
Schriftlezing: Romeinen 7:7-26
Collecte
- Op Toonhoogte 205
Preek
- Psalm 32: 3, 6
1e gedeelte avondmaalsformulier
- Op Toonhoogte 190
Gebed
- Op Toonhoogte 125
Zegen
Uitwerking
Welkom
Psalm 108: 1, 2
Mijn hart, o Hemelmajesteit,
Is tot Uw dienst en lof bereid.
‘k Zal zingen voor den Opperheer;
‘k Zal psalmen zingen tot Zijn eer.
Gij, zachte harp, gij schelle luit,
Waakt op; dat niets uw klanken stuit’;
‘k Zal in den dageraad ontwaken,
En met gezang mijn God genaken.
Ik zal, o HEER, Uw wonderdaân,
Uw roem den volken doen verstaan;
Want Uwe goedertierenheid
Is tot de heem’len uitgebreid;
Uw waarheid heeft noch paal noch perk,
Maar streeft tot aan het hoogste zwerk.
Verhef U boven ’s hemels kringen,
En leer al d’ aard’ Uw grootheid zingen.
Stil gebed.Votum en groet
Psalm 42: 1, 5
’t Hijgend hert, der jacht ontkomen,
Schreeuwt niet sterker naar ’t genot
Van de frisse waterstromen,
Dan mijn ziel verlangt naar God.
Ja, mijn ziel dorst naar den Heer’;
God des levens, ach, wanneer
Zal ik naadren voor Uw ogen,
In Uw huis Uw Naam verhogen?
Maar de Heer’ zal uitkomst geven,
Hij, die ’s daags Zijn gunst gebiedt.
‘k Zal in dit vertrouwen leven,
En dat melden in mijn lied;
‘k Zal Zijn lof zelfs in den nacht
Zingen, daar ik Hem verwacht;
En mijn hart, wat mij moog’ treffen,
Tot den God mijns levens heffen.
Verootmoediging
Psalm 69: 6, 7
Ruk door Uw macht, mij uit het slijk; behoed,
En laat mij niet verzinken in de waatren;
Maar red mij uit de handen mijner haatren,
Uit dezen kolk en diepen watervloed.
Och, laat den stroom mij over ’t hoofd niet gaan,
Maar dat Uw arm ’t geweld der diepte stuite;
Dat toch de put niet worde toegedaan,
Noch over mij zijn mond voor eeuwig sluite.
Hoor mij, o Heer’, Uw goedertierenheid
Is goed; zie mij dan aan met gunstig’ ogen,
Hoe teer, hoe groot is mij Uw mededogen!
Verhoor Uw knecht, die hete tranen schreit,
Verberg voor hem Uw aangezicht toch niet;
Want ik bezwijk door angst en tegenheden.
Ai, haast U mij ter hulp in mijn verdriet;
De nood klimt hoog; verhoor mijn smeekgebeden.
Gebed
Kindermoment
- Op Toonhoogte 429
Is je deur nog op slot? Is je deur nog op slot?
Van je krr krr krr doe ’m open voor God,
Want de Heer wil bij je wonen
en dan ben je nooit alleen.
Je hart is net een huisje, waar het gezellig is,
maar ’t is er nog zo donker.
Er is iets dat ik mis!
Is je deur nog op slot? Is je deur nog op slot?
Van je krr krr krr doe ’m open voor God,
Want de Heer wil bij je wonen
en dan ben je nooit alleen.
Schriftlezing: Romeinen 7:7-26
7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja,
ik zou de zonde niet hebben leren kennen dan door de wet. Ik zou immers ook niet geweten hebben dat begeerte zonde was, als de wet niet zei: U zult niet begeren.
8 Maar de zonde heeft door het gebod een aanleiding gevonden en in mij allerlei begeerte teweeggebracht, want zonder de wet is de zonde dood.
9 Ik nu leefde voorheen zonder wet, maar toen het gebod kwam, is de zonde weer levend geworden. Ik echter ben gestorven.
10 En het gebod, dat tot leven had moeten leiden, bleek voor mij de dood te betekenen.
11 Want de zonde heeft door het gebod een aanleiding gevonden en mij misleid en daardoor gedood.
12 Zo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.
13 Is dan het goede de oorzaak van mijn dood geworden? Volstrekt niet! Maar de zonde heeft – opdat zij als zonde zichtbaar zou worden – door het goede voor mij de dood teweeggebracht, opdat door het gebod de zonde uitermate zondig zou blijken te zijn.
14 Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.
15 Wat ik namelijk teweegbreng, doorzie ik niet,
want niet wat ik wil, dat doe ik, maar wat ik haat, dat doe ik.
16 En als ik dat doe wat ik niet wil, val ik de wet bij dat zij goed is.
17 Nu ben ik het echter niet meer die dit teweegbrengt, maar de zonde die in mij woont.
18 Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, niets goeds woont. Immers, het willen is er bij mij wel, maar het goede teweegbrengen, dat vind ik niet.
19 Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.
20 Als ik nu dat doe wat ik niet wil, breng ík dat niet meer teweeg, maar de zonde die in mij woont.
21 Ik ontdek dus deze wet in mij: dat, als ik het goede wil doen, het kwade dicht bij mij ligt.
22 Want naar de innerlijke mens verheug ik mij in de wet van God.
23 Maar in mijn leden zie ik een andere wet, die tegen de wet van mijn verstand strijd voert en mij tot gevangene maakt van de wet van de zonde, die in mijn leden is.
24Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?
25Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.
26Zo dien ik dan zelf wel met het verstand de wet van God, maar met het vlees de wet van de zonde.
Collecten
Op Toonhoogte 205
O Heer, verberg U niet voor mij,
wanneer ik mij verberg voor U.
Gij weet het, ik ben bang voor U,
ontwijk U en verlang naar U.
O ga niet aan mijn hart voorbij.
En wees niet toornig over mij,
wanneer ik U geen liefde bied.
Ik noem U, maar ik ken U niet,
ik buig mij, maar ik ben het niet
en mijn gebed is tegen mij.
Spreek zelf in mij het rechte woord.
Zo vaak ik woorden voor U vond
heb ik mij in mijn woord vermomd.
Nu wacht ik tot Gij zelve komt
en spreekt, zodat uw knecht het hoort.
Heer, roep mij als uw dwalend schaap,
dat U niet zoekt en U niet vindt.
Geef mij, als een die Gij bemint,
geef, dat ik als uw eigen kind
uw stem mag horen in mijn slaap.
Preek
Psalm 32: 3, 6
‘k Bekend’, o Heer’, aan U oprecht mijn zonden,
‘k Verborg geen kwaad, dat in mij werd gevonden.
Maar ik beleed na ernstig overleg,
Mijn boze daan: Gij naamt die gunstig weg.
Dies zal tot U een ieder van de vromen,
In vindenstijd met ootmoed smekend komen.
Een zee van ramp moog’ met haar golven slaan,
Hoe hoog zij ga, zij raakt hem zelfs niet aan.
Rechtvaardig volk, verhef uw blijde klanken,
Verheugd in God, naar waarde nooit te danken.
Zingt vrolijk, roemt Zijn deugden t’ allen tijd,
Gij, die oprecht van hart en wandel zijt.
1e gedeelte avondmaalsformulier
- Op Toonhoogte 190
Vader, vol van vrees en schaamte,
buigen wij voor U.
Heel uw werk, door ons vertreden,
klaagt ons, mensheid aan bij U.
Heer ontferm U over ons,
die schuldig voor U staan.
U bent onze God en Redder,
neem ons in uw liefde aan.
Vader, in dit uur der waarheid,
keren w’ ons tot U.
O, vergeef ons, Heer herstel ons,
maak ons hart en leven nieuw.
Vul ons met uw heil’ge Geest,
geef vuur en kracht steeds weer.
Ieder zal uw macht aanschouwen,
dat wij uw naam verhogen Heer,
dat wij uw naam verhogen Heer.
Gebed
Op Toonhoogte 125
Groot is uw trouw, o Heer, mijn God en Vader.
Er is geen schaduw van omkeer bij U.
Ben ik ontrouw, Gij blijft immer Dezelfde
die Gij steeds waart, dat bewijst Gij ook nu.
Refrein: Groot is uw trouw, o Heer, groot is uw trouw, o Heer,
iedere morgen aan mij weer betoond.
Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven.
Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond.
Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden,
en uw nabijheid, die sterkt en die leidt:
Kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst.
Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.
Refrein: Groot is uw trouw, o Heer, groot is uw trouw, o Heer,
iedere morgen aan mij weer betoond.
Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven.
Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond.
Zegen
