Liturgie
zondag 3 mei 2026
Bevestiging ambtsdragers
Welkom
Voorzang: Psalm 108: 1, 2
Mijn hart, o Hemelmajesteit,
Is tot Uw dienst en lof bereid;
‘k Zal zingen voor den Opperheer,
‘k Zal psalmen zingen tot Zijn eer.
Gij, zachte harp, gij schelle luit,
Waakt op, dat niets uw klanken stuit’.
‘k Zal in den dageraad ontwaken
En met gezang mijn God genaken.
Ik zal, o Heer’, Uw wonderdaan,
Uw roem den volken doen verstaan;
Want Uwe goedertierenheid
Is tot de heemlen uitgebreid.
Uw waarheid heeft noch paal noch perk,
Maar streeft tot aan het hoogste zwerk.
Verhef U boven ’s hemels kringen,
En leer al d’ aard’ Uw grootheid zingen.
Stil gebed. Gebed
Zingen: Op Toonhoogte 216
Heer, ik kom tot U neem mijn hart, verander mij,
als ik U ontmoet, vind ik rust bij U.
Want Heer, ik heb ontdekt dat als ik aan uw voeten ben
trots en twijfel wijken voor de kracht van uw liefde.
Refrein: Houd mij vast, laat uw liefde stromen.
Houd mij vast, heel dichtbij uw hart.
Ik voel uw kracht en stijg op als een arend;
dan zweef ik op de wind,
gedragen door uw Geest en de kracht van uw liefde.
Heer, kom dichterbij; dan kan ik uw schoonheid zien
en uw liefde voelen, diep in mij.
En Heer, leer mij uw wil zodat ik U steeds dienen kan
en elke dag mag leven door de kracht van uw liefde
Refrein (Refrein 2x – beide de 2e keer worden de laatste drie regels herhaald)
Verootmoediging
Zingen: Psalm 25: 2, 4
Heer’, ai, maak mij Uwe wegen,
Door Uw woord en Geest bekend;
Leer mij, hoe die zijn gelegen,
En waarheen G’ Uw treden wendt,
Leid mij in Uw waarheid, leer
IJvrig mij Uw wet betrachten.
Want Gij zijt mijn heil, o Heer’,
‘k Blijf U al den dag verwachten.
’s Heeren goedheid kent geen palen.
God is recht, dus zal Hij door
Onderwijzing hen, die dwalen,
Brengen in het rechte spoor.
Hij zal leiden ’t zacht gemoed
In het effen recht des Heeren.
Wie Hem needrig valt te voet,
Zal van Hem zijn wegen leren.
Gebed
Kindermoment (de ark wordt weggevoerd, 1 Samuël 4)
Zingen: Op Toonhoogte 440
Lees je Bijbel, bid elke dag. dat je groeien mag.
Read your Bible, pray every day. If you want to grow.
De kinderen gaan naar de kindernevendienst
Schriftlezing: Efeze 4
- Zo roep ik, de gevangene in de Heere, u op tot een wandel die de roeping waarmee u geroepen bent, waardig is, 2. in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in liefde te verdragen, 3 en u te beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede: 4 één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping, 5 één Heere, één geloof, één doop, 6 één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is. 7 Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van Christus. 8 Daarom zegt Hij: Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen. 9 Wat betekent dit ‘toen Hij opvoer’ anders dan dat Hij ook eerst neergedaald is in de diepten, namelijk de aarde?
10 Degene Die neergedaald is, is ook Degene Die opgevaren is ver boven alle hemelen om alle dingen te vervullen. 11 En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars,
12 om de heiligen toe te rusten, tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, 13 totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus, 14 opdat wij geen jonge kinderen meer zouden zijn, heen en weer geslingerd door de golven en meegesleurd door elke wind van leer, door het bedrog van de mensen om op listige wijze tot dwaling te verleiden, 15 maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus. 16 Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde.
Inzameling van de gaven
Mijn gebed (D.C. Lewis) – muzikaal intermezzo
Zingen: Gezang 112: 1, 2
Een naam is onze hope, een grond heeft Christus’ Kerk,
zij rust in ene dope, en is zijn scheppingswerk.
Om haar als bruid te werven,kwam Hij ten hemel af.
Hij was ’t, die door zijn sterven aan haar het leven gaf.
Vergaard uit alle streken in heel de wereld een,
werd dit haar zalig teken,dat allen is gemeen.
Een bede vouwt de handen, een zegen breekt het brood,
een vuurbaak staat te branden in ’t duister van de dood.
Preek
Zingen: Johannes de Heer 627
Hoor, ’t moet des Herders stemme zijn,
die daar weerklinkt in de woestijn,
roepend het angstig schaap, dat angstig krijt
en om des Herders liefde schreit.
Refrein: Breng ze thuis, breng ze thuis,
breng de dwalenden naar ’t Vaderhuis
Breng ze thuis, breng ze thuis,
breng de dwalenden naar Jezus.
Wie wil de Herder helpen gaan
om het verloor’ne bij te staan?
Brengen het schaap naar ‘s Herders stal
waar het beveiligd wezen zal?
In de woestijn hoor ik hun klacht;
zij zijn verleid door satans macht;
luister nu naar des Herders kreet
en vind het schaap, voor ‘t welk Hij leed.
De kinderen komen terug uit de kindernevendienst
Formulier bij de bevestiging van ambtsdragers
Gemeente van Christus, Wij zijn dankbaar dat in ons midden broeders gekozen konden worden tot ouderling en diaken. Aangezien niemand enig bezwaar heeft ingebracht gaan wij thans tot hun bevestiging over. Terwijl alle leden van de gemeente tot het werk in de wijngaard van de Heere geroepen zijn – met name tot het belijden van zijn naam en het dienen van elkaar – worden sommigen van Godswege geroepen tot het vervullen van een ambt of bediening.
Onze kerk onderhoudt de ambten van dienaar van het Woord, ouderling en diaken. In deze drie samen wordt het ene ambt van Christus aan de gemeente bediend en in de wereld gesteld. Christus is het die zijn Kerk het leven geeft door het offer van zijn bloed, en haar vergadert, regeert en beschermt door zijn Geest en Woord. Daarom staat het ene ambt nooit los van het andere.
M.b.t. de ouderling
De ouderling doet zijn werk niet zonder de dienaar van het Woord, en zij beiden niet zonder de diaken. Als hij spreekt tot de ouderlingen van Efeze zegt Paulus: ‘Zie dan toe op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.’
Zo is in de kerk aan de ouderlingen toevertrouwd:
- Het vergaderen van de gemeente,
- de zorg dat alles in de gemeente met orde geschiedt
- het dragen van medeverantwoordelijkheid voor de bediening van het Woord en het waardige gebruik van de sacramenten
- De ambtelijke tegenwoordigheid bij kerkdiensten. De verzorging van de materiële belangen van de gemeente, als speciale taak van de ouderlingen-kerkrentmeester
- De leiding van bredere vergaderingen, als zij daartoe geroepen worden
- Verder – samen met de herders en leraren – het opzicht over de gemeente en het verrichten van de herderlijke zorg
- Het werk onder hen die van het evangelie zijn vervreemd
- Het dragen van verantwoordelijkheid voor de catechese en de geestelijke vorming van de jeugd.
Ingevolge de orde van de kerk is aan een ouderling bij de uitoefening van zijn ambt geheimhouding opgelegd van alles wat bij de uitoefening van zijn ambt vertrouwelijk te zijner kennis komt.
Zingen: Psalm 119:17
Leer mij, o Heer’, den weg, door U bepaald;
Dan zal ik dien ten einde toe bewaren;
Geef mij verstand, met Goddlijk licht bestraald;
Dan zal mijn oog op Uwe wetten staren;
Dan houd ik die, hoe licht mijn ziel ook dwaalt;
Dan zal zich ’t hart met mijne daden paren.
Bevestigingsvragen
Broeders, opdat allen mogen horen dat u bereid bent uw ambt te aanvaarden, verzoek ik u op te staan en te antwoorden op de volgende vragen.
Ten eerste: bent u er in uw hart van overtuigd dat u wettig door Gods gemeente en daarom door God zelf tot deze heilige dienst geroepen bent?
Ten tweede: houdt u de boeken van het Oude en Nieuwe Testament voor het enige Woord van God, dat de volkomen leer der zaligheid bevat en verwerpt u alle leringen die daarmee in strijd zijn?
Ten derde: belooft u uw ambt, zoals hiervoor omschreven, in overeenstemming met deze leer getrouw uit te oefenen en belooft u geheim te houden datgene wat bij de uitoefening van uw ambt vertrouwelijk te uwer kennis is gekomen? Belooft u ook allen zich godvrezend te gedragen en u te onderwerpen aan de kerkelijke vermaning wanneer u onverhoopt zal afdwalen van de weg van Christus?
Bevestiging: Dick Runherd
Toezingen (staande): Psalm 134: 3
Dat ’s Heeren zegen op u daal’;
Zijn gunst uit Sion u bestraal’.
Hij schiep ’t heelal, Zijn Naam ter eer:
Looft, looft dan aller heren Heer’!
Dankzegging en voorbede
Omdat wij zelf niet tot dit alles in staat zijn, laten wij daarom de almachtige God aanroepen:
Heere God, hemelse Vader, wij danken U dat U in Uw wijsheid tot groei van Uw kerk naast degenen die het Woord bedienen ook ambtsdragers hebt ingesteld voor regering en dienstbetoon, om vrede en welzijn in Uw gemeente te bewaren en in het levensonderhoud van armen te voorzien. U hebt ons mannen met een goed getuigenis geschonken, die Uw Geest hebben ontvangen. Wij bidden U hun in toenemende mate de gaven te verlenen die zij in hun ambtsbediening nodig hebben: wijsheid, moed, onderscheidingsvermogen en liefdadigheid, opdat ieder zijn ambt kan vervullen zoals het behoort. Laat de ouderlingen nauwgezet toezien op de leer en op de levenswandel van de gemeenteleden, doe hen de wolven weren uit de schaapskooi van Uw Zoon en gemeenteleden, die afdwalen, vermanen. Laat de ouderlingen-kerkrentmeester getrouw zijn in de behartiging van de stoffelijke belangen van de gemeente. Laat de diakenen zich vol ijver inzetten voor het ontvangen van gaven en laat hen die mild en wijs aan de armen geven, tezamen met de troost uit Uw heilig Woord. Schenk de ambtsdragers Uw genade, opdat zij in hun trouwe arbeid mogen volharden ondanks moeite, verdriet of vervolging. Verleen in het bijzonder Uw goddelijke zegen aan de gemeente waarover zij gesteld zijn, zodat deze de terechte vermaningen van de ouderlingen aanvaardt en hen omwille van het ambt in ere houdt. Geef de welgestelden hart voor de armen en geef de armen een dankbaar gemoed.
Moge door dit alles Uw heilige naam groot gemaakt en het Rijk van Uw Zoon bevorderd worden. Amen.
Kerkenraad zingt toe: Op Toonhoogte 297
Heer, wat een voorrecht om in liefde te gaan,
schouder aan schouder in uw wijngaard te staan,
samen te dienen, te zien wie U bent,
want Uw woord maakt Uw wegen bekend.
Refrein: Samen op weg gaan, dat is ons gebed,
als een volk, dat juist daarvoor door U apart is gezet.
Vol van uw liefde, genade en kracht,
als een lamp, die nog schijnt in de nacht.
Samen te strijden in woord en in werk.
Eén zijn in U, dat alleen maakt ons sterk.
Delen in vreugde, in zorgen, in pijn,
als uw kerk, die waarachtig wil zijn. Refrein
Afscheid van aftredende kerkenraadsleden
- Bertus Stoel
- Heijmen Vos
- Everhard Zoet
Zingen: Lichtstad met uw paarlen poorten
Lichtstad met uw paarlen poorten,
wond’re stad zo hoog gebouwd,
nimmer heeft men op deze aarde,
ooit uw heerlijkheid aanschouwd.
Refrein: Daar zal ik mijn Heer ontmoeten,
luist’ren naar Zijn liefdesstem,
daar geen rouw meer en geen tranen,
in het nieuw Jeruzalem.
Heilig oord vol licht en glorie,
waar de boom des levens bloeit,
en de stroom van levend water,
door de gouden Godsstad vloeit. Refrein
Schoon tehuis voor moede pelgrims,
komend uit de zandwoestijn,
waar zij rusten van hun werken,
bij de springende fontein. Refrein
Wat een vreugde zal dat wezen,
straks vereend te zijn met Hem,
in de stad met paarlen poorten,
in het nieuw Jeruzalem. Refrein
Gebed
Zingen (staande): Dankt dankt nu allen God
met als voorspel: Dank sei Dir, Herr
Dankt, dankt nu allen God met hart en mond en handen,
die grote dingen doet, hier en in alle landen,
die ons van kindsbeen aan, ja, van de moederschoot,
zijn vaderlijke hand en trouwe liefde bood.
Die eeuwig rijke God moog’ ons reeds in dit leven
een vrij en vrolijk hart en milde vrede geven.
Die uit genade ons behoudt te allen tijd
is hier en overal een helper die bevrijdt.
Lof, eer en prijs zij God die troont in ‘t licht daarboven.
Hem, Vader, Zoon en Geest moet heel de schepping loven.
Van Hem, de ene Heer gaf het verleden blijk,
het heden zingt zijn eer, de toekomst is zijn rijk.
Zegen
We zingen (staande): het Wilhelmus
Wilhelmus van Nassauen
Ben ik van duitsen bloed,
het vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een prince van Oranje
ben ik vrij onverveerd,
den koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.
Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God, mijn Heer!
Op U zo wil ik bouwen,
verlaat mij nimmermeer!
Dat ik toch vroom mag blijven,
uw dienaar t’ aller stond:
de tirannie verdrijven,
die mij mijn hart doorwondt.
