Liturgie zondag 29 maart 2026 morgendienst

 

Welkom

  • Op Toonhoogte 95: 1, 2

Stil gebed. Votum en groet

  • Psalm 22: 1, 6

Verootmoediging

  • Op Toonhoogte 112

Gebed

Kindermoment

  • Op Toonhoogte 353

Kinderen gaan naar de kindernevendienst
Schriftlezing:Johannes 12:12-19 en 19:12-22

Collecte

  • Psalm 118: 12, 13

Preek

  • Gezang 43

Kinderen komen terug uit de kindernevendienst

Gebed

  • Psalm 89: 7, 8

Zegen

 

 

Uitwerking

 

Welkom

 

  • Op Toonhoogte 95: 1, 2


Ik wil zingen van mijn Heiland,
van Zijn liefde, wondergroot,

Die Zichzelve gaf aan ’t kruishout,
en mij redde van de dood.

 

Refrein: Zing, o zing van mijn Verlosser,
met Zijn bloed kocht Hij ook mij,

aan het kruis schonk Hij genade,
droeg mijn schuld en ik was vrij.

 

‘k Wil het wonder gaan verhalen,
hoe Hij op Zich nam mijn straf;

hoe in liefde en genade,
Hij ’t rantsoen gewillig gaf.

 

Stil gebed.Votum en groet

 

  • Psalm 22: 1, 6

 

Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij,

En redt mij niet, terwijl ik zwoeg en strij’,

En brullend klaag in d’ angsten die ik lij’?

Dus fel geslagen?

’t Zij ik, mijn God, bij dag moog’ bitter klagen.

Gij antwoordt niet; ’t Zij ik des nachts moog’ kermen.

Ik heb geen rust, ook vind ik geen ontfermen,

In mijn verdriet.


Wees dan mijn hulp; houd U niet ver van mij;

Mij prangt de nood, benauwdheid is nabij;

‘k Heb buiten U, daar ik zo bitter lij’,

Geen hulp te wachten.

Een stierenheir uit Bazan, sterk van krachten,

En fel verwoed, Omringt m’ aan alle zijden.

Mijn God, hoe zwaar, hoe smartlijk valt dit lijden

Voor mijn gemoed!

 

Verootmoediging

 

  • Op Toonhoogte 112

 

Zie hoe Jezus daar loopt in Jeruzalem

Met een kruis op Zijn rug en een doornenkroon.

Hoor de menigte schreeuwt en roept: ‘Kruisig Hem!’

Zo gaf God Zijn eigen Zoon.

 

Zie Het Lam aan het kruis daar op Golgotha:

Als de koning der Joden wordt Hij veracht.

Zie de liefde voor ons in Zijn ogen staan

als Hij roept: ‘Het is volbracht!’

 

Refrein: Ja, ik dank U voor Uw genade, o Heer

Dat U het kruis voor ons droeg

U bewijst Uw genade aan ons telkens weer

Uw genade is ons genoeg

 

In het rijk van de dood is Hij neergedaald

Ja, uit liefde voor ons heeft Hij dit gedaan

maar de steen van het graf is nu weggehaald

Jezus leeft! Hij is opgestaan!

 

Refrein: Ja, ik dank U voor Uw genade, o Heer

Dat U het kruis voor ons droeg

U bewijst Uw genade aan ons telkens weer

Uw genade is ons genoeg

 

En nu kom ik tot U met vrijmoedigheid

Met ontzag en respect kniel ik voor U neer

U bent Koning en God tot in eeuwigheid

U bent Jezus de hoogste Heer

 

Refrein: Ja, ik dank U voor Uw genade, o Heer

Dat U het kruis voor ons droeg

U bewijst Uw genade aan ons telkens weer

Uw genade is ons genoeg

 

 

Kinderkoor Jong Oldebroek zingt (3x)

 

Gebed

 

Kindermoment

 

  • Op Toonhoogte 353

 

Jezus, ik wil U bedanken

voor wat U voor mij hebt gedaan.

Omdat U voor mij bent gestorven

maar ook weer bent opgestaan.

 

Refrein: Jezus, ik dank U, U gaf uzelf voor mij.

Jezus, ik dank U en geef mijzelf aan U,

ik geef mijzelf aan U.

 

U werd geschopt en geslagen,

ze lachten en scholden U uit.

En zelfs door uw vrienden verlaten,

hing U voor mij aan het kruis.

 

Refrein: Jezus, ik dank U, U gaf uzelf voor mij.

Jezus, ik dank U en geef mijzelf aan U,

ik geef mijzelf aan U.

 

U hebt mijn zonden gedragen

en ook al mijn pijn en verdriet.

Dat U zoveel van mij kon houden,

nee, Heer, dat begrijp ik niet.

 

Refrein: Jezus, ik dank U, U gaf uzelf voor mij.

Jezus, ik dank U en geef mijzelf aan U,

ik geef mijzelf aan U.

 

Kinderen gaan naar de kindernevendienst

Schriftlezing: Johannes 12:12-19

  1. De volgende dag was er al een grote menigte in Jeruzalem voor het feest. Toen ze hoorden dat Jezus ook zou komen, 13. haalden ze palmtakken en liepen ze de stad uit, Hem tegemoet, terwijl ze riepen: ‘Hosanna! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël.’ 14. Jezus zag een ezel staan en ging erop zitten, zoals geschreven staat: 15. ‘Vrees niet, vrouwe Sion, je koning is in aantocht, en Hij zit op een ezelsveulen.’ 16. Zijn leerlingen begrepen dit aanvankelijk niet, maar later, toen Jezus tot majesteit verheven was, herinnerden ze zich dat dit over Hem geschreven stond, en dat het zo ook gebeurd was. 17. De mensen die erbij waren geweest toen Hij Lazarus uit het graf riep en uit de dood opwekte, waren van die gebeurtenis blijven getuigen. 18. Daarom ging de menigte Hem tegemoet; ze hadden gehoord dat Hij dit teken had verricht. 19. En de farizeeën zeiden tegen elkaar: ‘Je ziet dat we niets bereikt hebben: kijk maar, de hele wereld loopt achter Hem aan.’

 

 

Schriftlezing: Johannes 19:12-22

  1. Vanaf dat moment wilde Pilatus Hem vrijlaten. Maar de Joden riepen: ‘Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer.’ 13. Toen Pilatus dit hoorde, liet hij Jezus naar buiten brengen. Zelf nam hij plaats op de rechterstoel op het zogeheten Mozaïekterras, in het Hebreeuws Gabbata. 14. Het was rond het middaguur op de voorbereidingsdag van Pesach. Pilatus zei tegen de Joden: ‘Hier is Hij, uw koning.’ 15. Meteen schreeuwden ze: ‘Weg met Hem, weg met Hem, aan het kruis met Hem!’ Pilatus vroeg: ‘Moet ik uw koning kruisigen?’ Maar de hogepriesters antwoordden: ‘Wij hebben geen andere koning dan de keizer!’ 16. Toen droeg Pilatus Hem aan hen over om Hem te laten kruisigen.

Jezus werd weggevoerd; 17. Hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. 18. Daar kruisigden ze Hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. 19. Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op: ‘Jezus van Nazaret, koning van de Joden’. 20. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. 21. De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ 22. ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus.

 

Collecte

 

  • Psalm 118: 12, 13

 

Dit is de dag, de roem der dagen,

Dien Isrels God geheiligd heeft.

Laat ons verheugd, van zorg ontslagen,

Hem roemen, die ons blijdschap geeft.

Och Heer’, geef thans Uw zegeningen;

Och Heer’, geef heil op dezen dag;

Och, dat men op deez’ eerstelingen

Een rijken oogst van voorspoed zag.

 

Gezegend zij de grote Koning,

Die tot ons komt in ’s Heeren Naam;

Wij zeegnen u uit ’s Heeren woning;

Wij zegenen u al te zaam.

De Heer’ is God, door Wien w’ aanschouwen

Het vrolijk licht, na bang gevaar.

Bindt d’ offerdieren dan met touwen

Tot aan de hoornen van ’t altaar.

 

Preek

 

  • Gezang 43: 1, 2, 3

 

Is dat, is dat mijn Koning,

dat aller vaad’ren wens,

is dat, is dat zijn kroning?

Zie, zie, aanschouw de mens!

Moet Hij dat spotkleed dragen,

dat riet, die doornenkroon,

lijdt Hij die spot, die slagen,

Hij, God, uw eigen Zoon?

 

Ja, ik kost Hem die slagen,

die smarten en die hoon;

ik doe dat kleed Hem dragen,

dat riet, die doornenkroon;

ik sloeg Hem al die wonden,

voor mij moet Hij daar staan;

ik deed door mijne zonden,

Hem al die jamm’ren aan.

 

O Jezus, man van smarten,

Gij aller vaad’ren wens,

herinner aller harten

’t aandoenlijk: “Zie den mens!”

Laat mij toch nooit vergeten

die kroon, dat kleed, dat riet!

Dit trooste mijn geweten:

’t is al voor mij geschied!

 

Kinderen komen terug uit de kindernevendienst

 

Kinderkoor Jong Oldebroek zingt (3x)

 

Gebed

 

  • Psalm 89: 7, 8

 

Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort!

Zij wandlen, Heer’, in ’t licht van ’t Goddlijk Aanschijn voort;

Zij zullen in Uw Naam zich al den dag verblijden;

Uw goedheid straalt hun toe; Uw macht schraagt hen in ’t

lijden,

Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,

Maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.

 

Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht;

Uw vrije gunst alleen wordt d’ ere toegebracht;

Wij steken ’t hoofd omhoog en zullen d’ eerkroon dragen

Door U, door U alleen, om ’t eeuwig welbehagen,

Want God is ons ten schild in ’t strijdperk van dit leven,

En onze Koning is van Isrels God gegeven.

 

 

Zegen